Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
7S
Door het hooge gebergte en de diepte der dalen
in Peru, heeft men aldaar een verschil in luchts-
gesteldheid, die men onder dergelijke breedte niet zou
verwachten. — In de oostelijke stieken, die nog tot
Peru gerekend worden, overstroomen in den regen-
tijd de rivieren de onoverzienbare vlakten, en mijlen
in de rondte ziet men niet dan de toppen der hoo-
rnen boven het water uitsteken-
In de hooge vlakte van Q^uito heerscht eene altoos-
durende lente, doch op de bergen, die dit ilal of de-
ze vlakte insluiten, heeft men eenen altijildurenden
winter. De zoogenaamde winter, eigenlijk de regen-
tijd, duurt van September tot April; de overige maan-
den , waarin het weinig of niet regent, maken den
zomer uit.
in het dal van Tumbes, dat zich 15 mijlen in de
breedte uitstrekt, heelt men zelden regen, maar be-
stendig eenen onophoudelijken nevel, die als dauw ne-
dervalt. De zuidelijke winden, die in gelijke rigting
met de Cordilleras loopen, en alle dampen naar het
noorden drijven, waar deze zamen pakken en in regea
nedervallen, kan men als de oorzaak van bovenge-
noemd verschijnsel aanmerken. De vlakten hebben de
gewone jaargetijden aan deze streken eigen. Stijgt men
van de drooge kusten naar het gebeigte, dan vindt
men in de bosschen eene verbazende vochtigheid, eij
het i-egent in deze streken 10 of 11 maanden iij
een jaar bijna onophoudelijk. Deze vochtigheid is zo()
groot, dat het buskruid in een geweer, dat twee uren
geladen geweest is, geen vlam wil vatten. Papier, in
wel geslotene kisten of valiezen gepakt, bederft, en
de menschen zijn genoodzaakt om hunne woningen in
de hoornen té nemen of op palen te bouwen. — De
drukkende liitte zoude in deze streken te eenenmalé-
onverdragelijk zijn, indien zij niet door de wolken ge-
matigd werd; echter ^ zij nog zeer groot.
Welk een verschil bespeurt men in den val des re-
gens, wanneer men laatstgenoemde streek met Egyp-