Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■73
te der lucht zoodanig vermindert, dat de Thermome-
ter van rAURENHEiif van 90 tot 7 of 8 graden daalt.
De hutten der negers worden als stof weggevaagd j
de ankertouwen der schepen worden van een gerukt,
en de storm duurt zoo lang, tot dat de regen bij
stroomen nederstort. — Gaat dit onweder met geen' re-
pn vergezeld, dan is de storm veel heviger en aan-
houdender.
De lucht is hier in den regentijd zoo vochtig, dat
het beste staal in korten lijd door den roest verteerd
is. Kleederen en dergelijke zaken bederven; zout en
suiker worden vloeibaar; versch geslagt vleesch is bin-
nen twaalf uren tot bederf overgegaan; het leder be-
schimmelt, en de muskieten en ander lastig gedierte
komen bij windstilte in verbazende menigte uit hun-
ne sluiphoeken te voorschijn. De regen, welke aldaar
valt, is zoo menigvuldig, dat wij ons 'daarvan geen
denkbeeld kunnen vormen. De Senegal en de Gam-
bia treden verre builen hunne oevers en overstroo-
men alles.
In September — of somtijds later — begint het droo-
ge jaargetijde, waarin het zeer zelden i-egent, en waarin
ook de ziekten minder en ook ctiinder gevaarlijk zijn
dan in den regentijd. De wind is dan oost of noord-
oost , en loopt tegen den middag naar het zuiden
of naar het zuidwesten, echter altijd zeer heet en,
hevig zijnde. De uitwerkselen van den wind, die
alsdan menigvuldig waait, en die den naam van Har-
mattan draagt, hebben wij reeds opgegeven.
Op eene verbazende wijze vermeerderen zich in de-
ze streken de vooitbiengselen der natuur. De gewas-
sen, die door de sprinkhanen geheellijk afgeknaagd
zijn, vertoonen na drie, vier of vijf dagen weder
een levendig groen. Hel gras, dal somtijds tot 12
voet hoog wast, en dat, volgens gewoonte in dat
land, afgebrand wordt, loopt binnen 24 uren weder
uit, en wordt weldra weder zoo hoog, dat groote
dieren, die daarin grazen, niet te bespeui-en zijn.