Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
eenen geringeren graad van wärmte, spoediger kookt
op hooge bergen dan in de diepte; lioe veel minder
de drukking der luc/it is op de toppen der bergen
dan in de dalen, en dat de in ons beslotene luclit
op de bergen veel minder tegenstand vindt dan in
' lagere streken.
De luchtsgesteldheid onder de middellijn en die aan
de polen zijn het meest van elkander onderscheiden.
De onbeschrijfelijke koude, die in deze laatste heerscht,
is uit het reeds gezegde kenbaar. Wij keeren dus tot
de eerste terug.
De hitte aan den Senegal in Afrika valt bijna in
het ongeloofelijke. Hier heeft dit werelddeel zijne
■^ootste breedte; eene uitgestrektheid van 1000 mij-
len-, waarover de oostenwind waait, en den glom
der verbazende zandwoestijnen van Arahie en Afrika
opneemt, zonder door zeeën of meren bekoeld te
zijn — want de smalle Roode Zee kan hier niet in
aanmerking komen. De grootste hitte heeft men in
den regentijd, en is van 's morgens ten 9 ure tot
's namiddags ten 4 ure zelfs voor den neger onver-
dragelijk. — In korten tijd doet het heete zand het
leder' der schoenen als hoorn van een barsten, en
de huid van het aangezigt wordt door den sterken
zonnegloed met blaartjes bedekt. Eijeren, in het zand
gelegd , zijn in weinige uren gaar.
In den regentijd, dat is van Junij tot September,
verheft de wind zich dikwijls tot eenen geweldigen
storm, die onder den naam van Tornado bekend is.
Wolken vertoonen zich aan het zuidoostelijk gedeelte
des hemels, en worden donkerder, naar mate zij zich
meer zamenpakken. De dag schijnt in den nacht her-
schapen te zijn. Bliksemstralen , door ontzettende don-
derslagen gevolgd, wisselen deze dikke duisternis af.
Een koele wind, die te voren waaide, zwijgt, en er
heerscht eene ontzettende stilte — doch weldra ver-
heft zich de scjirikkelijkste storm, waardoor de warm-