Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Hel zeewater is op eenige plaatsen buitengewoon hel-
der en doorzigtig., Die bij helder weder, en met eene
stille zee, de fVestindie nadert, verlustigt het oog
in deze doorzigtige vloeistof, waardoor men, zelfs ter
diepte van 60 voet, den grond kan zien. Door deze
eigenschap, schijnt eene boot vrij in de lucht te han-
gen. Men ziet lot op den bodem der zee, en bespeurt'
eene tallooze menigte gewormte, als zee-appels, zee-
sterren , slakken en koi'alen; voorts visschen, die met
de schoonste kleuren pronken; geheele bosschen van
zee - gewassen, en meer dergelijke voorwerpen. Veel
Van dit alles schijnt het oog zoo nabij te zijn, dat men
meent het met de hand te kunnen grijpen, schoon
het dikwijls meer d^n tien voet diep onder water is«
Het zeewater heeft eenen zeer bitteren en zouten
smaak. Dit zout wordt niet overal in gelijke hoeveel-
heid gevonden. In de Roode Zee heeft men in een
pond zeewater nagenoeg een vierde pond zont; in de
noordelijke zeeën beloopt dit op sommige plaatsen
niet meer dan een achtste of een zestiende pond in
gezegde hoeveelheid zeewater. Men neemt aan — schoon
het nog niet genoegzaam bewezen is — dat het zee-
water in de diepte en onder de verzengde luchtstreek
het meeste zout bevat.
Waarom gaat het water des oceaans niet tot bederf
over? Ging het zeewater tot verrotting over, dart
zota zijne uitwaseming alom den dood verspreiden;
doch het staat niet stil. Deze en andere oorzaken be-
letten het zulk eene alvernielende' hoedanigheid aan
te nemen. En Ayelke zijn nu die oorzaken? — De
wind brengt de oppervlakte der zee in beweging. Dit
is echter geen der eerste behoedmiddelen, want de