Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
60.
voor zoo verre men weet — en andere, zelfs groote
rivieren?, droogen in den, zomer geheel ^uit, zoo dat
geen dier er een dronk waters in Itan vinden om
zijnen dorst te stillen-
Ons bestek gedoogt niet, meerdere stroomen op te
tellen. Wij zullen derhalve liier met eenige merkwaar-
digheden van stroomen en beken moeten b^luiten.
Versclieidene stroomen slorlen hoog van het geberg-
te of over rotsen naar beneden. De SalancJie, een
groote stroom in I4^alliaerland in Zwitserland, stort
van eene hoogte van 270 voet over rotsen naar be-
neden , en loopt dan over eene helling boogsgewijze tot
den' voet van het gebergte. Op de eene p aats scheidt
zich een waterstraal van den 'stroom af j op eene an-
dere plaats vereenigen verscheidene stralen zich te za-
men; de wind drijft de waterstralen naar de bijge-
legene rotsen, of beweegt ze in verscheidene rigtin-
gen. Het onderscheiden geluid, hetwelk de val des
waters veroorzaakt, is niet te beschrijven, even min
als het verrukkend gezigt, dat men heeft, wanneer de
zonnestralen in dit water en in dezen damp vallen,
en de heerlijkste regenbogen vormen. Deze val draagt
den naam van Plsseuache*
Zeer vermaard is de voortreffelijke wateryal in het
^al Lauterbrunnen in Zwitserland ^ welke val onder
den naam van de Stofbeek bekend is. Het water
stort ter hoogte van meer dan 800 voet over de rots-
wanden van het Pletsch-gebergte eerst in eene soort
van kom, waaruit het in twee stralen in eene an-
dere kom valt; vervolgens breidt het zich verre over
de rotsen uit op eenen schuinen rotswand, en lost
zich hier in zulk fijn stof op, dat men 100 voet van
daar nog doornat wordt. In den winter, wanneer de
fijne waterstralen tot ija worden, en door het bijkomende