Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
ter in den oceaan, tot hooge baren verheft. Het is
waar, hier en daar vertoonen zich enkele plekjes
vruchtbaren grond, als kleiue eilanden in eene liit-
gestiekte zee, doch deze vruchtbare streken. Oasen
genoemd, zijn slechts als stippen in deze ruimte te
beschouwen.
Slechts door de tusschenliggende stroomen en golven
afgebioken, strekt deze dorre vlakte zich bijna in ge-
lijke rigting in Anie, door Arahie, Perzie en Indie,
tot nabij China uit, ei^ vertoont overal in meerdere
of mindere mate dezelfcje schrikbarende verschijnseleu.
Hoe nutteloos, ja zelfs schadelijk, deze van alle
leven en vruchtbaarhei4 beroofde streken ook schijnen
mogen, zij zijn echter van een onberekenbaar juit
ter instandhouding van het geheel, en dragen de dui-
delijkste kenmerken \nn Guds wijsheid ep alverzor-
gende liefde.
Bijna evenwijdig met deze woestijnen, Ioo{)cn in
Afrika, Europa en Azie de hoogste berglie!.ens, wi»r
toppen bestendig met sneeuw en ijs bedekt zijn. De-
ze sneeijw en dit ijs geven duor eene langzame smel-
ting het beslaan aan zoo vele rivieren, die in eene
onmetelijke uitgestrektheid het land bevochtigen en
vruchtbaar maken. Tot het smelten van deze sneeuw
en dil ijs wordt eene meerdere warmte vereischt,
dan het hooge luchtgewest, waarin deze kruinen ge-
legen zijn, eigen is. Waardoor ontstaat nu zoo veel
warmte, als tot dit smelten noodig is? De wind
voert de lucht, in gezegde woestijnen tot eenen aan-
merkelijken graad verhit, daar henen, en bevordert
op deze wijze den zoo noodigen aanwas der stroomen
en rivieren. Zoo zorgt de Alwijze voor de instandhou-
ding onzer aarde.
k*