Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
achter, gelatenen gids terug kwamen. Onze lange af-
wezigheid had hem xeer verontrust, en eenen gerui-
jnen tijd reeds voor wij bij hem waren, hoorden wij
zijne stem, naardien hij, uit viees, dat wij verdwaald
mogten zijn, uit alte magt riep, om ons de plaats,
waar hij was, te doen kennen.
Nabij den loodreglen gang, en niet verre van de
plaats, waar wij den meer genoemden gids terug ge-
laten hadden, vond ik eenige zeer schoone stokken
soda, die ik medegenomen heb.
AVij keerden over hoopen salpeteraarde uit den eenen
gang in den aiideren terug, lot wij ten laatste, zeer
vei'moeid, en met een aeer üaauw brandend liciil,
in die hoofdstad kwamen, die ons naar de tweede
groef geleid had.
Van hier vervolgden wij onzen terugweg, en be-
reikten des morgens ten drie ure gelukkig, doch zeer
afgemat door eene wandeling van negentien uren, den
ingang van het hol.
1V0ÏSTIJKSN.
Woestijnen zijn uitgestrekte en meestal dorre vlak-
ten, waar geen levend wezen eene schuilplaats te^n
de verzengende hitte der zon vindt; eene hitte, dif
door het fijne wille zand zoo geweldig wordt terui
fekaatst, dat geen gewas, geen dier daarin kan voort-
omen , en waar een eevaarlijke wind, Samum ge-
naamd , zoo als wij reeds vroeger gezegd hebben, alle
verschroeit, en voor al wat leeft doodelijk is.
Dergelijke zandwoestijnen vindt men onder de ver-
zengde luchtstreek. De voornaan»ste is de 'Sahara, die
tot eene aanmerkelijke breedte, geheel Afrika vai
het westen naar het oosten doorsnijdt, en niets ver
toont dan eene oeverlooze zandzee, waarin de win(
met het üjne zand speelt, en het, even als het wa