Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
dezeKde diertjes sticlilen hunne woonplaats daarop j
en sterven op hunne beurt, om het gedenkteeken van
hunnen wondervolien arbeid in grootte, maar vooral
in hoogte, te doen toenemen. De zorg, die er geno-
men wordt, -om in de eerste verdiepingen regtstandig
naar boven te werken, kenmerkt eene verbazende
natuurdrift in die kleine schepsels. Hun koraal wal,
vooral op plaatsen, waar de wind bestendig van éénen
kant waait, de oppervlakte van het water bereikt
liebbende, verschaft • eene luwte, waarin de nakomen-
de geslachten zich in alle veiligheid vestigen kunnen,
van welken wal dat gedeelte, dat meest voor de
zee bloot ligt, doorgaans het hoogste is, en bijkans
regtstandig uit eene diepte van 200, ja misschien nog
veel meer, vademen oprijst. Steeds met water bedekt
te zijn, schijnt voor het bestaan dezer diertjes noo-
dig, want zij werken niet dan in holligheden op het
rif, die beneden liet peil van laag-water zijn. Maar
het koraalzand en grootere stukken, door de zee op-
gewerkt, blijven aan het rif hangen, en vormen, in
vereeniging er mede, eene vaste zelfstandigheid, wel-
ke de hoogte der gewone vloeden bereikt. Boven die
lioogle verliest hetgene de zee daarop spoelt, daar het
zelden onder water geraakt, zijne kleverigheid; het
blijft onvei'bonden, en vormt eene zoogenoemde kade
op het rif. Het duurt niet lang, of de nieuwe bank
wordt door zeevogels bezocht; zoutplanten schieten daar
Wortel; er vormt zich eene plantaarde; er komt eene
kokosnoot, of do vrucht van een Pandanus, aan-
drijven; landvogelen bezoeken de bank, en brengen
er zaden van hoornen en heesters; elke hooge vloed,
en vooral storm, verhoogt de bank; zij neemt allengs
de gedaante van een eiland aan, en ten laatste van
allen komt de mensch daarvan bezit nemen.
Het Haljwegs-eiland is in dien voortgaanden staat
van vorming verre» gevorderd, en reeds verscheidene
jaren, waarschijnlijk zelfs verscheidene eeuwen, boven
het bereik van de hoogste springtijen en de holste
zeeën, bij de geweldigste stormen, geweest. Het'ei-
land is met de Casuarina, en eene verscheidenheid
van andere boomen en struiken, bezet. Deze verschaf-