Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
wind en de ontstuimige zee te beveiligen. Daarom
leggen zij hunne woningen in de warmste streken,
waar de "vvind meest altijd uit éénen hoek waait,
op die Avijze aan, dat zij, om het eens zoo te noe-
men, eenen cirkelronden muur uitmaken, en een
gedeelte van de zee van het overige des oceaans af-
zonderen, in ^ welk afgezonderd gedeelte gevolgeiijk
geene hevige beweging van liet water kan plaats heb-
ben, en de worm dus eene stille woning vindt.
Merkwaardig is hetgene de naauwkeurige flinders
Ie dezen aanzien van het Halfwe^s - eiland zegt. Dit
kleine eiland — zegt hij — of liever het rif, dat het
' omringt, en 3 of 4 mijlen lang is, beveiligt de sche-
pen legen de zuidoosten winden; en eenen middel-
matigen dag zeilens van Murrays-eilanden af liggen-
de, verschaft het aan een schip , dat door de Straat
'\>an Torres zeilt, eene voegelijke ankerplaats. Ik
gaf het den naam van Ha^wegs ~ eiland* Het heeft
naauwelijks meer dan eene mijl in den omtrek, maar
schijnt, zoo in hoogte als in uilgebreidheid, töe te
nemen. Niet lang geleden, was het eene van die
banken, welke er uit aangespoeld zand en koraal-
brokken ontstaan, zoo als i^an IWres-straat er
vele opleverde. Deze banken staan op verscliillende
trappen van vordering. Eenige zijn, zoo als die,
waarvan ik spreek, eilanden geworden, maar nog
niet bewoonbaar. Andere zijn reeds boven het hoog-
water-peil gestegen, maar nog van plantgewas ont-
bloot, terwijl weder andere door eiken vloed over-
stroomd worden.
Wanneer de diertjes, die op den bodem des oceaans
de koralen vormen, ophouden te leven, schijnen de
door hen gevormde koralen aan een te kleven. De
opene A^akken tusschen beide met zand, en door de
zee opgespoelde koraalbrokken, die ook daaraan kle-
ven, opgevuld wordende, ontstaat er langzaam eene
rotsachtige zelfstandigheid. Volgende geslachten van