Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
Ceylon verhalen, dat hun eiland voor dezen aan de
vaste en uitstekende kust van Indie is gehecht ge-
weest. Zoo zou Sicilië eertijds aan Italië vast ge-
weest en door het geweld der zee daarvan afgescheurd
zijn. Anderen beweren, dat Groot-Brittanje voor
dezen aan Frankrijk vast geweest is, en dat de zee
tusschen Calais en Dover het land weggespoeld heeft.
In het Graafschap Suffolk werd bijua de geheele
stad Donewlch met de aangelegga»—4a*>deii^oor de
zee ondermijnd en verzwnlamw-..
Ons vaderland levert van "veranderingen
voórbeelden genoeg op. Men rekent, dat er sedert
het jaar 500 tot nu toe meer dan honderd en vijf-
tig zware watervloeden zijn voorgevallen. In het jaar
516 werd bijna geheel Vriesland overstroomd, en
de oude staat van Vriesland en Weslvriesland toont
overtuigend, dat de oevers dezer landen zeer zijn
afgenomen. Het ontbreekt zelfs niet aan bewijzen om
aan te toonen, dat de geheele boezem der Zuiderzee
oudtijds even vlak als die beide landen gelegen heeft,
en dat deze landen te zamen verbonden zijn geweest.
De Zuiderzee kan dus niet anders dan als eene in-
breuk der Noordzee beschouwd worden, ten minste ,
Voor een groot gedeelte, want eertijds had men daar
het meer Flevo. Wanneer deze overstrooming of de-
ze inbraak gebeurd is, laat zich met geene genoegza-
me zekerheid bepalen; sommigen stellen, dat dit in
het jaar 360 geschied is; anderen meenen in 1169,
anderen in 1400, anderen in 1421 en weder andei-en
in 1470 — hoe het zij, het is moeijelijk te bepalen:
welligt is deze verandering hare oorzaak aan ver-
schillende overstroomingen verschuldigd.
Een onzer vaderlandsche Schrijvers teekent des we-
gens aan: In het jaar lèOO was de Zuiderzee nog
goed hoog en droog land, met zaai- weilanden,
bosschen en boomen bezet. De inwoners schoten grach-
ten, oai het water in de Noordzee te lozen. Be-
2