Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
In bet jaar 1714 stortte in' Neder-WalUser-
land, in Zwitserland, een gedeelte van den berg
Diableret neder. De gevallene stukken besloegen
bijna de ruimte van eene vierkante fransche mijl.
Het stof, door dezen val veioorzaakl, veranderde
den dag in den naclit, zoo dat men bijna niets zien
konde. Rivieren werden door de nedergestorte stuk-
ken rots in haren loop gestuit, waardoor nieuwe me-
ren ontstonden.
Den 2. September des jaars 1806 werd in Zwit-
serland een dal van drie uren in de uitgestrektheid
tasschen het Zuger - en Lauwerzer - meer, door het
nederstorten van een gedeelte van het Rufi- geberg-
te, geheellijk verwoest. Het bekoorlijk gelegene dorp
Goldau, met zijne bewoners, verdween in een'
oogenblik, want de geheele val duurde slechts vier
minuten. Van de bovenste hoogte rolde de steen-
stroom tot aan het tegenovergelegene Rigi - gebergte,
en een stroom van slibbe bedekte te gelijk het dorp
Lauwerz, en stortte zich in het Lauwerzer - meer,
dat hierdoor buiten zijne oevers trad en groote
verwoesting aanrigtte. In het dorp Steinen vond
men levende visschen, die het meer uitgeworpen
had. Dennenboomen, die men naauweiijk^ omva-
demen kon, werden naar het tegenovergelegene ge-
beigte geslingerd. In de jaren 1353 en 1618 had dit
dal dergelijke verwoesting ondergaan.
In het jaar 1751 stortte in het dal van Cha-
mouni, in Savoyen, een gedeelte van een' berg ne-
der, waarvan men den inhoud op 3000000 kubiek-
vademen berekende. Niet alleen het nederstorten
van dezen berg, maar ook dat van vele andöre,
wordt aan eene opeenhooping van water toege-
schreven, dat zich in de spleten en holen verza-
melt, tusschen de. lagen van het gesteente indringt.