Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
waarin het uitgestort wordt, eene vergiftige eigenschap
aanneemt.
De toevallen, welke op het genot dezer plant vol-
gen, zijn: duizeligheid, slaperigheid, gedachteloosheid,
zinneloosheid, kramp, stuiptrekkingen, braken, op-
zwellen der maag, bloedspuwen, enz. Bij het lig-
chaain dergenen, ' die door het gift van dezen wortel
gestorven zijn, zwellen het aangezigt en onderlijf zeer
t)p; het geheele lijf wordt zwartachtig blaauw; de
long is ontstoken; het bloed is opgelost, en er vloeit
een graauwachtig schuim uit den tnond.
de gevlekte scdeerling.
De gevlekte Scheerling ( Conium maculalum) groeit
hier en daar langs wegen en paden. De wortel de-
zer plant heeft in reuk veel overeenkomst met den
pastinakel, en is daardoor voor menig een zeer na-
deelig geweest.
De toevallen, welke deze giftplant veroorzaakt, zijn:
duizeligheid, verduistering des gezigts, stijfheid der
leden, verlamming, siddering, zwelling, walging,
braking, eene branding in den slokdarm, onleschbare
dorst, blindheid, verdooving, zinneloosheid, woede,
slapeloosheid, enz.
Vooral in het voorjaar, wanneer de plant begint
uit te loopen, moet men er alle behoedzaamheid om-
trent in acht nemen, omdat alsdan de bladen moege-
lijk van die der peterselie te onderscheiden zijn.
Ons bestek gedoogt niet, alle giftplanten, die in
ons vaderland wassen, in het breede te beschrijven,
weshalve wg verder niet meer dan ze kunnen op-
tellen.