Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
slaperigheid en verdooring te veroorzaken. Zelfs de
bladen, uitwendig gebruikt, brengen ontsteking der
huid voort.
Een hei-der in het Zwarte-woud kwam, door de
hitte van den dag verleid, op het ongelukkig denk-
beeld om zijnen dorst met deze aangename, zwarte
bezien, die hij voor kersen hield, te stillen. Kort
daarna keerde hij naar huis, en naauwelijks had hij
zich te bed bleven, of hij werd onrustig en begon
te ijlen. Hij sprong razend het bed uit, en verviel
in stuiptrekkingen, die hem geweldig aangrepen.
Toen de stuiptrekkingen ophielden, was hij geheel
verdoofd en zinneloos, en in dezen toestand stierf
hij.
Twaalf uren na zijnen dood, werd het lijk geregte-
lijk onderzocht, en toen had het bederf reeds zoo ver-
re de overhand genomen, dat noch wondheeler, noch
getuigen het bij het lijk konden uithouden. Uit den
mond, den neus en de oogen stroomde onophoildelijk
een schuimig bloed. Het geheele ligchaam was zeer
opgezwollen. Het onderlijf was op het gevoel zoo
hard als steen, en toen men het' opende, sprong er
een stinkend, schuimend water uil. Het aangezigt,
de borst, het onderlijf, de rug en de leden waren
digt met zwart-blaauwe blaren bezet. De milt, de
lever en andere inwendige deelen waren geheellijk tot
bederf overgegaan.
dï vergiftige watkrscheebling.
De vergiftig TVatersclieerling ( Cicutq. virosa) wast
aan de kanten van stilstaande wateren, vooral aan
veenplassen. De wortel • dezer plant is dikwijls zeei
groot, inwendig vol holle cellen, uit welker wander
een melkachtig , scherp sap vloeit, dat door den invloed
der lucht verdikt, en eene salfraangele kleur aanneemt,
"Dit sap is een gevaarlijk gift, waardoor zelfs het water;