Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
de eerste tindt men nog gelieele stammen, waar-
van de soort van hout duideUjk te onderscheiden
is. In Bohemen vond men, zoo als wij reeds ge-
zegd hebben, bij het ontginnen van eene ijzermijn,
bij Orbissau, een onderaardsch bosch, waarvan de
stammen tot ijzererts waren overgegaan.
Omtrent Abkoude, bij IVoerden en Oudewater,
te Kamerik, ja zelfs in zee omtrent de Hollandsche
stranden, worden — volgens lulofs — somtijds
stammen van boomen opgedolven, die allen zwart
van kleur en zeer hard zijtu Als men bij Brugge
tien of twintig ellen diep graaft, vindt men geheele
bosschen; zelfs kan men ïe bladen en stammen zoo
duidelijk zien, dat men kan wélen, welke soort
van boomen het geweest zijn. In Peelland, en niet
verre van 's Hertogenbosch, vindt men hetzelfde.
Sommige dezer boomen schijnen eiken, andere pijn-
of deimenboomen. Zij liggen doorgaans als of zij
door eenen zuidwesten wind waren omgeslagen,
met de kruin naar het noordoosten en met den
wortel naar het zuidwesten.
Welk eene verbazende werking der natuur heeft
in ons land zoo vele duinen opgeworpen? Waar-
door zijn zoo vele verschillende bec dingen ont-
staan, die men in onze gronden bespeurt, en die
het waarschijnlijk maken, dat onze noordelijke pro-
vinciën van later' oorsprong zijn, en voornamelijk
uit aangespoeld land bestaan? Dit zijn meestal
gebeurtenissen, waarvan de geschiedenis der we-
reld het geheugen niet bewaard heeft of niet heeft
kunnen bewaren. Wij wagen ons geenszins aan al
die vooronderstellingen, die men deswegens zou kun-
nen aanvoeren, maar bepalen ons liever lot een
kort overzigt der oorzaken, welke heden nog de op-
pervlakte onzes aardbols doen veranderen. Welligt
vindt men daarin eenigen grond, waardoor zich
veranderingen van vroeger tyd laten verklaren.