Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
andere werelddeeleii vindt men er van vier of vijf
duim lang.
Het liefst houdt hij zich op vochtige, koele, be-
schaduwde plaatsen op, en verbejgt zich dus onder
steenen, in kelders of in dergelijke plaatsen. Des
nachts komt dit insekt te voorschijn oin voedsel
te zoeken, hetwelk in wormen j vliegen, spinnen en
motten bestaat. Zijne beweging is langzaam en zij-
delings.
Den steek doet de Schorpioen, zoo als reeds ge-
zegd is, met den halvemaanvormigen stekel, die aan
het einde Van den staart geplaatst is, waarbij door
dezen stekel uit de giflblaas een witachtig vocht
in de wonde, vloeit. Hoe warmer de luchtstreek
is, en hoe meer de Schorpioen getergd is, des te
gevaarlijker is de steek, en des te heviger werkt
het gift.
Macpertcis heeft met Schorpioenen, die men in
de streek van Montpellier vindt, eenige merkwaar-
dige proeven genomen. Onder anderen, 'liet hij eenen
hond drie- of viermaal door eenen getergden Schor-
pioen onder aan den buik steken. Een uur daarna
zwol de hond op, tuimelde heen en weder, braak-
te van lijd lot tijd alles uit, wat hij in de maag
had, en loosde vervolgens een kleverig schuim uit
den bek. Na iedere braking verminderde eenigzins
de zwelling van het ligchaam, doch hel zwol
allengs weder op, tot er weder eene braking
volgde. Eindelijk werd de hond door stuipliekkin-
gen aangegrepen, en hij stierf vijf uien na den
steek.
Merkwaardig is het middel, dat men legen den steek
der Schorpioenen bezigt: het is namelijk de Schor-
pioen zelf. Wordt iemand door eenen f^horpioen ge-
stoken , dan doodt en drukt iiij dien dadelijk op de
wonde, en wiijft ze daarmede. Kan men het dier
zelf niet bekomen, dan wrijfl men de wond met
Schorpioen - olie, welke niet anders is dan olijf- olie,
waarin men een' of meer Schorpioenen heelt laten
sterven.
In streken, waar Schorpioenen zgn, moet men