Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■^le-
De Kaspisc/i» Zee moet, volgens oudere berig-
ten, eene grootere uitgestrektheid gehad hebben dan
zij thans lieeft. Waarschijnlijk heelt het meer Aral
eertijds een gedeelte daarvan uitgemaakt; ook schijnt
de Zwarte Zee er gemeenscliap mede gehad te
hebben. De groote steppen — de Katmuksche en
Jaikische — tusschen deze wateren gelegen, bevat-
ten zout en zoulplanten, zoutplassen en vele schel-
pen op de oppervlakte. De geheele gedaante van dit
bijna overal vlakke land, met zijn voorgebergte
en bogten, doet vermoeden, dat het water afgeloopen
is, en het drooge terug gelalen heeft. De scheljjen,
die men in de steppen vindt, zijn van gelijke soort
als die, welke men in de Kaspische Zee aantreft.
De visschen en atidere zeegedierten zijn in beide
zeeën eenerlei, en maken het waarschijnlijk, dat de-
ze wateren eertijds écne zee, of liever één groot
meer, geweest zijn. Om grond voor dit vermoeden
te vinden, laat zich vooronderstellen, dat het ge-
bergte van het oude Thrazie, dat met het gebergte
van Klein Azie zamenhing, door eene geweldige
vulkanische oorzaak van een gescheurd is, en eene
straat gevormd heeft, die thans onder den naam
van Straat van Konstanlinopolen bekend is. Door
deze straat konde nu het water uit dit groote meer
zich in de Middellandsche Zee ontlasten, en zoo
werden vele vlakten droog, terwijl de schelpen, ko-
j alen, zeegewassen en beddingen zout er op terug
bleven. Waar eene meerdere diepte was, kon het
water niet wegvloeijen, en zoo bleef de Kaspische
Zee en het meer Aral over.
Op sommige plaatsen, ook in ons vaderland, vindt
men uitgestrekte bossclien onder de aarde, waar-
. van de boomen in céne rigtiiig nedergeworpen zijn.
Op ééiie plaats heeft men zelfs regtopstaande boomen
met uitgebreide takken onder den grond gevonden.
Door de verandering, die deze boomen door ver-
loop van tijd ondergaan hebben, zijn welligt de zoo-
genaamde aardkolen eif de barnsteen ontstaan. Van