Boekgegevens
Titel: Schets der Nederlandsche geschiedenis, ten dienste der scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Haarlem: erven François Bohn, 1834
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 840
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200093
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Nederland, Geschiedenis (vorm), Chronologische overzichten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der Nederlandsche geschiedenis, ten dienste der scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
loo.
T.g,o<
C ^ )
I». eeuw voor onze jaartelling plaats had, en die onder
v.o.«. den naam Kimbrifchen vloed bekend is, nood-
zaal£te een groot gedeelte van dit volk deze ftreken
te verlaten , om veiliger woonplaats te zoeken. Zij
namen, vereenigd met hunne naburen, de Teutonen,
en met andere volken, de wijk naar het Zuiden van
Europa, waar hun leger, ten getalle van 300,000
man, door de Romeinen, deels gedood deels ge-
vangen gemaakt werd.
De Belgen bewoonden, ruim vijftig jaar voor on-
ze jaartelling, de landen tusfchen de Seine en Mar-
ne, den Rijn, AzlVaal, en den Oceaan. Zij wa-
ren in verfcheidene volksftammen verdeeld. Tot de
voornaamfte derzelve, telt men: de Treviren, in
Luxemburg; de Eburonen, in'Luikerland Qn Lim-
burg ; de Aduatiken, in Luik en Namen; de Ner-
viers, in Henegouwen en Namen; de Menapiers, in
Braband; de Morinen, in Vlaanderen, en aan deze
grensden de Atrebaten,
In de verlatene oorden ten Noorden der Belgen,
hadden zich verfcheidene Duitfche flammen nederge-
zet. De voorna^fte van deze waren de Batten of
Batavieren, die een' tak uitmaakten van de Chat-
ten of Hesfen in Duitschland, zijnde door hunne
naburen van daar verdrongen. Zij bewoonden het
groote eiland tusfchen den Rijn en de Waal, en
dus gedeeltelijk Gelderland, Utrecht en Holland,
benevens een deel def vaste kust van Belgisch Gallie.
Meer naar zee, in de duinen, in Holland, had men
de Kaninefaten; ten Noorden van deze, aan een'
derden arm des Rijns, die toen midden door het
raetï Flevo, thms Ae Zuiderzee, vloeide, op moe-
rasfige eilanden, de Marezaten, Frißabonen, en Stu-
riers. Meer oostwaarts langs de Noordzee, in Fries-
land en Groningerland, vond men het merkwaardig
volk, de Friezen. Zuidwaarts van deze, had men
10«.
v.o.«.