Boekgegevens
Titel: Schets der Nederlandsche geschiedenis, ten dienste der scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Haarlem: erven François Bohn, 1834
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 840
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200093
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Nederland, Geschiedenis (vorm), Chronologische overzichten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der Nederlandsche geschiedenis, ten dienste der scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 62 )
1581. en zwoeren in 1' Cravenhage filips plegtig af,
hem vervallen verklarende van de regering, ter-
wijl de meeste Noordelijke gewesten den hertog
van ANjou tot befchermer verkozen.
1581. De hertog van anjou kwam met eene aanzienlijke
magt in de Nederlanden, en noopte parma het beleg
van Kamerijk op te breken; doch deze maakte zich
daarentegen meester van Doornik en Oudenaarden,
en wist het eindelijk bij de Walen zoo verre te bren-
gen, dat zij de hulp van Spanje weder inriepen.
anjou, die het bewind over Holland, Zeeland
en Utrecht in handen van den prins van oranje had
moeten laten, meende hierdoor in zijn regt beperkt
te zijn, en naar het volle gezag hakende, belloot
hij zich met geweld van de voornaamfte fleden mees-
ter temaken. Duinkerken, Dixmuiden en Dender-
monde vielen in zijne handen; doch zijne pogingen
mislukten le Ostende, Nieuwpoort, Brugge en Ant-
1583» werpen, en vooral in taatstgenoemde ftad, waar de
Franfchen door de burgerij gedeeltelijk gedood, ge-
deeltelijk gevangen en gedeeltelijk verjaagd werden.
ANjou, zijn plan verijdeld ziende, keerde naar
1584. Frankrijk terug, waar hij kort daarna overleed.
parma maakte intusfchen van deze verwarring ge-
bruik, en bragt verfcheidene fteden onder zijne magt.
Moord van Prins willem.
JsSa, Reeds vroeger was men, voornamelijk in Holland
en Zeeland, bedacht geweest, om den prins van
ORANJE den titel van Graaf op te dragen. Het ver-
lies van zoo vele fteden maakte, dat men thans met
errst aan de uitvoering van ditbefluit arbeidde, het-
welk men ook, in weerwil van vele zwarigheden,
tot ftand zou gebragt hebben, indien 's prinfen dood