Boekgegevens
Titel: Schets der Nederlandsche geschiedenis, ten dienste der scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Haarlem: erven François Bohn, 1834
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 840
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200093
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Nederland, Geschiedenis (vorm), Chronologische overzichten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der Nederlandsche geschiedenis, ten dienste der scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 15 ,)
Oorlog over de verdeeling des Rijks.
Terftond na den dood van lodewijk den vromen,
beoorloogden deszelfs zonen lotharius, lodewijk
en liarel elkander om de verdeeling des rijks, lot-
HARius werd genoodzaakt naar een verdrag te luis-
teren, wasrbij aan karel Westfrankrijk waartoe
ook Vlaanderen behoorde, aan lodewijk het Over-
rijnfche Duitschland, bevattende een groot gedeelte
der noordelijke Nederlanden, en aan lotharius al
het land tusfchen de Rhône, de Saône, den Rijn,
de Maas en de Schelde, eii derhalve ook het groot-
fte gedeelte der Nederlanden, overgelaten werd.
LOTHARIUS nam den titel van Keizer aan, en het
land werd ook naar hem Lotharingen genoemd.
lotharius werd door zijnen zoon, die den zelf-
den naam voerde, opgevolgd. Na den dood van de- 8;o.
zen, betwistten zijne oomen, lodewijk en karel,
elkander Lotharingen, dat eerst onder beide verdeeld
werd, doch naderhand geheel kwam onder beftuur
van lodewijk, zoon van lodewijk den Duitfcher,
Gedurende deze twisten, hadden de Noormannen
hunne invallen in West frankrijk en Friesland hervat.
De zwakke afftammelingen van karel den groeten
trachtten hen doorgiften van land en fchatting te
vrede te ftellen; doch hierdoor (louter geworden, 98o.
plunderden zij Doornik, en verwoestten vervolgens 881.
Deventer, Maastricht, Luik, Tongeren, Leuven,
doch leden bij de laatsgenoemde ftad, door koning
arnold, eene groote-nederlaag. 891.
Onder alle deze woelingen, was het gezag der
hertogen en graven zoo zeer gedegen, dat zij al-
lengs onafhankelij'ker van hunne oppervorsten wer-
den. Stilzwijgend ging dit gezag van den vader