Boekgegevens
Titel: Schets der Nederlandsche geschiedenis, ten dienste der scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Haarlem: erven François Bohn, 1834
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 840
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200093
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Nederland, Geschiedenis (vorm), Chronologische overzichten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der Nederlandsche geschiedenis, ten dienste der scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 9 ,)
ta zeggen. Hunne lotgevallen waren met die der
Romeinen op het naauwstverbonden, en hun toeftand
meer of min drukkend, naar mate der hardheid of
zachtheid, waarmede zij door de Romeinfche land-
voogden belluurd werden. Tot in het midden der
vijfde eeuw, hebben Nederlanders itS Romeinen
ter dienst gelban, zoo wel in vrede als oorlog, en
zoo wel buiten als binnen 's lands, terwijl verfchei-
dene Romeinfche keizers, tot hunne lijfwacht, aan
de Batavieren de voorkeur gaven.
Inval der Duitfche volken.
Omtrent het midden der derde eeuw, deden ver- s'S"
fcheidene Duitfche volken op nieuw eenen aanval op *35«
het Romeinfche gebied, dat door binnenlandfche on-
lusten en verdeeldheden zeer verzwakt was. De meest
bekende van dezen volken waren: de Allemannen,
tusfchen den Mein, den Rijn, en den Donau wonen-
de; de Sakjers, die men meent dat over de Elve,
langs de Noordzee, gevestigd waren, en de F/^«»-
ken, tusfchen deze beide volken gelegen, en uit
verfchillende ftsmmen zamengerteld.
De Franken, onder anderen, vielen eerstin het «4'-
eiland der Batavieren, en vervolgens in Gallie, dat "7'.
zij geheel afliepen, IWeer dan eenmaal geflagen,
hielden zij echter in en omtrent het eiland der Bata.
vieren ümi, en herhaalden van daar, bij elke gunlli-
ge gelegenheid, hunne ftrooperijen, die zij, door de
.ya^/èn geholpen, zelfs tot op zee uitbreidden. Door aS».
MAXIMIANUS en CONSTANTIUS CHLORus in hunne ftroo- as^.
perijen perkgefteld, ftaken zij, in het begin der vier-
de eeuw, het hoofd weder op; hervatteden van tijd 30«,
tot tijd hunne invallen; rigtten daarbij dikwijs de
grootfle verwoesting aan, doch moesten telken»
voor de Romeinen onderooen.