Boekgegevens
Titel: Karaktertrekken, getrokken uit de algemeene en vaderlandsche geschiedenissen: een leesboek voor de derde klasse, ten dienste der scholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1818
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 830
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200082
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Karaktertrekken, getrokken uit de algemeene en vaderlandsche geschiedenissen: een leesboek voor de derde klasse, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 50 >
vleijen. Hij fdireef eenen brief van gelukwenfching
aan den landvoogdwaarin hij niet onduidelijk te
kénnen gaf, welke vrees hem bezielde,.en hoe zeei?
liii voor de uitwerkfelen zijner welverdiende gram-
fchap beducht Was. . Wat deed nu de brave d e
Klerk? Zou hij Jaag genoeg geweest zijn, om
2ijneii diep vernederden' viiand aan zi.jne wraak op
te offeren? Oneen! de Klerk behoorde niet on-
der die liedeii., welke er vreugde in vinden, om'
hunne' reeds ongelukkige medemenfchen verder alle
onaangenaamheden aan te doen en te vervolgen.
Hij antwoordde den banneling, dat hij niet ge-
woon was, tegen eenen gevangenen zijnen degen
te trekken of denzelven te vervolgen: dat hij er
veel meer zijne eer in zoude (lellen , om hem uit
al zijn vermogen v^el te doen. Hij voegde_ bij
dezen brief zeer aangename gefchenken; bevlijtigde
zich , ■ om S t e r r e n b e r g s ballingfchap zoo dra--
gelijk ' te m^ken, als de omftandigheden eenigzins
gedoogden , en fchonk hem tevens zijne vriendfchapV
Na den dóód van lm hof, wendde hij alle pogingen
aan tot herdel van zynen vriend, met dat gelukkig
gevolg,' dat hij hem kort daarna, met groote blijd-:
fchap, in het volle bezit zijner vrijheid bevestigd
IVaaröm fuogen iemand, die ons beleedigd
heeft, niet op gelijke wijze behandelen ?
Op welke wijs ^oude men zich het best op zijn$
•vijanden kunnen wreken?
IVaaroriï is de wraak nog fchandelijker tegen
sensn vijand, die in het ongeluk isy en dien men
'in iijns.magt heeft?
22,