Boekgegevens
Titel: Karaktertrekken, getrokken uit de algemeene en vaderlandsche geschiedenissen: een leesboek voor de derde klasse, ten dienste der scholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1818
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 830
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200082
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Karaktertrekken, getrokken uit de algemeene en vaderlandsche geschiedenissen: een leesboek voor de derde klasse, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 43 )
seide hij-, „ heeft veel vgn zijne beste niafifchap en
,, zijne vaartuigen verloren ; zijn overig volle mort
,, over de belegering, en dreigt hem met eenen op-
,, (land. Op den mins'en fchok, dien de Chuiezcu
„ krijgen, zult gij anderen het juk zien ai'werpen,
„ de wap-ns opvatten en zich aan onze zijde voe-
„ gen: ook zal er zeker hulp van Batavia komen.
,, Houdt derhalve moed, mijne landgenooten! gij
,, zult in het einde zegepralen. Ik weet wel, dac
,, het befiuit, hetwelk ik u aanprijs, en hetwelk ik
,, hoop, dat gij nemen zult, mij het leven moet
„ kosten; maar hebben wij allen, mijne vrienden!
„ het leven niet ontvangen, om het voor vadcr-
„ land, vrijheid en godsdienst veil te hebben?
voor mij denk het .niet bettr 9 dan jti de betrach-
,, ting yan mijnen pligt, te kunnen belleden." De
belegerden namen het belïüit, om dezen gegeven' raad
te volgen, en trachtten Hambroek te bewegen,
om in het fort te bliiven; doch te vergeefs. Twes
zijner dochters, die in het fert waren, wierpen zich
voor zijne voeten, omhelsden zyne knieën, fmeeken-
d£, onder de grootfte jammerklagten, om toch niet
te vertrekken; doch niets kon dien braven man doen
wankelen, noch hem doen befluiten, om zijn eens
gegeven woord te verbreken. Hij rukte zich uit
hare armen, zeggende: ,, mi.ine vrouw, twee mlj-
,, ncr dochters en velen- mijner landgenooten zijn
„ nog gevangen : God verhoede het, dat ik hun leven
,, in gevaar breng, om het mijne te redden. Ik heb
„ mijn woord gegtven, en moet het houden, ik
„ zal het een geluk achten, als ik tot (lagtoiFer roij-
,, ner broederen geoiferd worde." Met dit zeggen
vertrok hij naar 'sv^jands legerplaats, en werd eeni-
siM tijd daarna hel olFcr zijner trouw -en vaderlands^*
lidd.-.
Wai.