Boekgegevens
Titel: Karaktertrekken, getrokken uit de algemeene en vaderlandsche geschiedenissen: een leesboek voor de derde klasse, ten dienste der scholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1818
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 830
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200082
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Karaktertrekken, getrokken uit de algemeene en vaderlandsche geschiedenissen: een leesboek voor de derde klasse, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 29 )
ftorm, gepiard met eene ongemeen hooge zee, dreig-
de vele gedeelten, en inzonderheid dat gedeelte, het-
welk den naam van provincie Zeeland draagt, te ver-
delgen. Met een onftuimig geweld, ftortte de zee
op fommige plaatfen over de dijken, en wierp alles
ter neder, wat zü in haren weg ontmoette. In Vlh-
fingen fteeg de ellende ten hoogden top; het grootfle
gedeelte der ftad werd op het onverwachtst tot eene
aanmerkelijke hoogte onder wat gezet; fommige hui-
zen Hortten neder, en van anderen werden de fon-
damenten zoodanig door het water ondermijnd, dat
zij elk oogenblik dreigden in tc vallen. Ouder de
inwoners waren er velen, die, of ter naauwer nood
den dood ontvlugtten, of in hunne eigene woningen
hun graf vonden. Op het eiland Schouwen^ had de
zee reeds eenige landen overftroomd en vele dijken
verwoest; een enkel dijkje nog, dat voor de woede
der zee in geenen deele beftand was, bleef er over,
en ware dit bezweken, het geheele eiland, en de
ftad ßromvershaven, waren eene prooi der golven
geworden. De inwoners zagen met fchrik het nade-
rend gevaar; zij ftonden belluiteloos, en dachten
zelfs ter naauwernood aan de middelen , welke tot
redding konden verftrekken. ' Zeker ware dit eiland
geheel overrtroomd geworden, zoo niet de meer dan
gewone moed en tegenwoordigheid van geest van
éénen man hetzelve van dit oogenfchijnlijk verderf
gered had. Koenraad Rijfenberg, woonach-
tig in eene andere fiad in Zeeland, bevond zich toe-
vallig op dien tijd te Brouwershaven, uit hoofde
van den (lorm genoodzaakt geweest zijnde, aldaar
te overnachten. Toen de nood op het hooglle ge-
klommen was, en ook het dijkje voor het geweld
der zee ftond te bezwijken, deed hij door de regerina;
der Had al de zeilen van de aldaar liggende fchepen
ontbieden, fleepte, Hiet hulp van anderen, eene boot
door
JM