Boekgegevens
Titel: Karaktertrekken, getrokken uit de algemeene en vaderlandsche geschiedenissen: een leesboek voor de derde klasse, ten dienste der scholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1818
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 830
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200082
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Karaktertrekken, getrokken uit de algemeene en vaderlandsche geschiedenissen: een leesboek voor de derde klasse, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
y
( 12 )
ïijncn pligt te doen vergeten. Hij keerde naar Duin"
kerken terug, en. verwierf aldaar, als kaper, door
zijne dapperheid den grootften roem. Moest Bart
den post, die hem aangeboden werd, van de hand
■wijzen, en waarom? Ook bie\f dit voor hem niet
zonder loon. Zijne verdiensten 'bleven de,n, koning
vin Frankriik^ Lo de wijk den y eer tienden ^ niet
onbekend. Deze werd begeerig, hem nader te lee-
ren kennen, en ontbood hem te dien einde tea
hove. Bart bleef niet in gebreken, zich aldaar
te laten vinden, ja zelfs voor het bcflemde uur,
waardoor hij eenigen tijd naar den koning moest;
wachten. Dit verwijl moede, haalde hij zijne pijp
lût Zijnen zak^ floeg vuur en begon fmakelijk te
rooken; doch dit poogde men hem fpoedig te belet-
ten, omdat het rooken op die plaats ftrengclijk ver-
boden was. Bart was nooit aan het hof geweest, en
dtn hovelingen onbekend. Hij liet zich ook geens-
zins affchrikken, maar ging gerust zijnen gang,
alleenlijk zeggende: „Ik heb in 'skonings diensc
,, deze gewoonte aangenomen ; zij is mij onont-
5, heerlijk geworden, en ik geloof, dat hij veel
55 te regtvaardig i,s, om te beletten, d^t ik hier
,, aan voldoe." De hovelingen namen hem zulks;
zeer -kwalijk af, en fpoedden zich, om den koning
te zeggen, dat er een man was, die ftoiitheid genoeg
bezat, 0113 in zijne vertrekken te rooken, en die
weigerde heen te gaan. De koning, ras vermoe-,
dtnde, wie 'de man was, liet hem binnen komen,
en zeide met de grootlle vriendelijkheid : „Jan
5, Bart! het is u alleen vergund, hier. te roo-,
ken!" Hoe de hovelingen b'i] het hooren van
dien naam, en over de heufche behandeling des
konings, verbaasd waren, kunt gij' u ligtelijk ver-
beelden. Niemand had gedacht in dien man Jan
Bart aan te tj:effeu. Nadat de koning zich eeni-
gen