Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOORVAL VAN DEN DAUPHIN VAN FRAMdilJK.
melijk zijn vertrokken, zomler mij vaarwel te zeggen
of te bedanken, hetwelk zeer onfetsoenlijk van hen
was, dewij! ik hen daar niet naar behandeld heb."
De koning vroeg hem daarop, of hij die menschen
nog wel zoude kennen. »Daar twijfel ik niet aan,
Sire!" zeide hij, en op dat oogenblik kwam de dau-
phin, die het geheele gesprek in bet naaste vei trek
afgeluisterd had, door de kamer, waarin de koning
was, om naar eene andere te gaan. Zoodra de pastoor
hem zag, liep hij luidkeels: »Sire! dat is een van die
gasten !" De hertog van F,'nghien volgde hem kort op
de hielen: »Dat is do tweede!" zeide hij; en de her-
tog van Vendôme zich toen insgelijks vertoonende, zeide
hij: »Daar, Sire! ilat is waarlijk de derde!" Ofschoon
nu de koning zelden lachte, kon bij zich toen echter
niet bedwingen in een luid gelach uit te barsten. Ver-
volgens hernam de koning: »Myn waarde pastoor! ik
zal u uwe gasten beter leeren kennen." Hij liet de
drie prinsen roepen, die daarop terstond, vergezeld
van de grooten van het hof, binnentraden, en den
pastoor bedankten voor zijn goed onthaal, terwijl zij
verklaarden nooit smakelijker maaltijd gedaan te hebben
dan bij hem. De pastoor Ihans op de hoogte gebracht,
met wie h'y te doen had, maakte zijn compliment zoo
goed als hij geleerd had, en zeide, dat indien hij de
eer gehad had hen te kennen hij hen met hunne titels
aangesproken en meer ontzag zoude betoond hebben,
ofschoon hij hen echter niet beter zoude hebben kunnen
onthalen, dewijl hij alles had gegeven wat h'y in buis had.
Nadat het hof zich dus eenigen fyd met den een-
voudigen pastoor had vermaakt, vroeg de koning