Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOOnVAL VAN DKN DAUPIilN VAN FRANKRIJK,
hebben, om zijn gemoed te onderzoeken en bij zich
zeiven te overwegen of hij ook iets kon gedaan heb-
ben, hetwelk den koning had kunnen mishagen. Dewijl
de officier hem zulks vergunde en de pastoor, na zich wel
bedacht te hebben, zich geen kwaad bewust vond, klom
hij eindelijk vergenoegd in de koets en reed naar het hof.
Zoodra de koning bericht kreeg, dat de pastoor was
aangekomen, beval hy hem in zijne tegenwoordigheid
te brengen. De pastoor, in 's konings vertrek geko-
men, bejegende de vorst hem met een scherp verwijt,
zeggende, dal zijne geburen over hem geklaagd had-
den en dat hij veel ten zijnen nadeele had gehoord,
onder anderen, dat hij onlangs roovers gehuisvest had.
De pastoor, een man van een onberispelijk leven, ant-
woordde met alle ootmoedigheid, dat h'y een gerust
geweten had, en niet wist iets gedaan te hebben, het-
geen met z'yne waardigheid streed ; wal de beschuldiging
betrof, dat hg drie roovers gehuisvest had, bekende
hij, dat er drie personen te paard aan zijne deur wa-
ren gekomen, en om huisvesting hadden verzocht, en
dat hij, hen voor fatsoenlijke lieden aanziende, ge-
meend had, zulks niet te moeten weigeren.
Vervolgens verhaalde de pastoor al het voorgeval-
lene tot in de minste bijzonderheden en dat op zulk
eene aardige wijze, dat allen die tegenwoordig wa-
ren, zich niet van lachen konden houden, behalve de
koning, die een ontzagwekkend voorkomen bezat, en
altijd zijn gelaat in een deftigen plooi hield. Eindelijk
voegde de pastoor er bij: »Het is waar, Sire! dal deze
menschen, welke ik, zoo goed als mij mogelijk was,
onthaald heb, des morgens terwijl ik de mis l:is, hei-