Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOOnVAL VAN DKN DAUPIilN VAN FRANKRIJK,
vorst een ongeluk mocht overkomen zijn. De koning
had deriiaive reeds bevel gegeven oni naar alle kan-
ten volk uit te zenden en naar hem te zoeken; doch
op het oogenblik dat men zoude vertrekken, kwa-
men zij tot groote blijdschap van het geheele hof teru;:.
Zoodra de dauphin van zijn paard was gestegen, begaf
hij zich naar den koning zijn vader, wien hij zijne
ontmoeting verhaalde; hij vertelde hem tevens hoe de
pastoor hem ontvangen had en op welke wijze zij zel-
ven hunne spijzen hadden gereedgemaakt. Hy verze-
kerde den koning, dat hij nooit smakelijker gegeten
had, noch beter was onthaald geworden. De koning
hoorde dit verhaal met veel genoegen aan, en kreeg
lust om den pasloor die hen zoo gulhartig ontvangen
had, eens te zien; zoodat hij eenen officier der lijfwacht
gelastte, den pasloor, in eene koets met zes paarden,
te gaan afhalen. De goede man, die niet gewoon was
zulk een prachtigen stoet voor zijn huis te zien, ver-
schrikte geweldig, toen de koets voor zijne deur stil-
hield en zijn schrik vermeerderde niet weinig, toen
de ofGcier zeide, dal hij gelast was, hem naar het hof
te brengen. De arme pastoor bedacht allerlei uitvluch-
ten om naar niet mede te gaan en poogde den officier
te bewegen zonder hem weder heen te rijden ; doch
deze bleef bij zyn stuk, zeggende dat hy slelligen last
had, om hem mede te brengen, en dat het dus in
plaats van langer tegen te spartelen, best was, ter-
stond in de koets te gaan zitten, dewijl hij anders ge-
noodzaakt zou wezen, hem met geweld er in te zetten.
Hierop verzocht de pastoor, dat hij, indien het anders
niet wezen kon, nog een kwartier uur tijds mocht