Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOOnVAL VAN DKN DAUPIilN VAN FRANKRIJK,
levergeels besleed werd om hel te achterhalen, zoodal
zij eindelijk den moed opgaven om het te vangen. De
jonge prinsen evenwel namen het besluit om de jacht
Ie vervolgen en ze niet te staken, voordat zij mees-
lor van hel hert zouden geworden zijn. Diensvolgens
gaven zij hunne paarden de sporen en joegen het dier
opnieuw achterna; hierdoor geraakten zij zoo ver van
den weg, dat de duisternis hen overviel, waarop zij door
bosschen en wildernissen dwaalden, zonder hun volk
Ie kunnen wedervinden.
Hel was reeds des avonds tien uren geworden, zonder
dat zij eenig huis gewaarwerden; eindelyk kwamen zij
aan een zeker gehuchi, op zyn besl uit tien ot twaalf
huizen beslaande. Hier vroegen zij naar eene herberg,
maar dewijl deze er niet was, kregen zij van de in-
woners tot bescheid, dat zy nog wel vier uren zouden
moeten ryden, eer zij eene herberg konden bereiken.
Dewijl zij nu reeds moede en afgemat waren, vioegen
zy naar hel huis van den pastoor, en toen dit hun
werd aangewezen, klopten zij daar aan. Op de vraag,
wie zij waren, gaven zy len antwoord, dat zij vreem-
delingen waren, die door den nacht overvallen en te
vermoeid waren om verder te reizen, zoodat zy vrien-
delijk verzochten, dewijl er toch in het dorp geen her-
berg was, dat de pasloor hen onder dak zoude nemen.
Toen de geeslelijke zijne deur opende, zag hij dadelijk
dat het geene lieden van de laagste soorl waren, en
overtuigd dal het aangrenzende bosch voor vreemde-
lingen bij den donker niet door te komen was, liet
hy hen binnentreden en beloofde hen zoo goed te
onthalen als hem mogelijk was; »docii," voegde hij er