Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
zondeblinge leekredë van een predikant.
valsche inblazingen van die laffe vleiers, welke nimaiei'
nalaten, bij alle gelegenheden hunne aandacht af te tre!c-
ken van de edelste daden van menschlievendheid, wel-
dadigheid en medelijden, en haar daarentegen weten te
vestigen op wellust, onmatigheid en brooddronkenheid.
Na dus in het breede dit berispelijk gedrag met
de eigenaardigste en aandoenlijkste bewoordingen en
uitdrukkingen geschetst te hebben, zoodat allen die
hem hoorden zeer aandachtig waren, volbracht hij ver-
der zijn oogmerk door de volgende toepassing.
ïEn nu, mijne geëerde toehoorders! laten wij tot
ons zeiven inkeeren en ons zeiven afvragen; Heeft mij
ooit iemand eenigen dienst bewezen, die van een lage-
ren rang of staat was, en aan wien de vrijmachtige
Voorzienigheid geen wereldjchen overvloed had toege-
deeld; maar dien Hij daarentegen begaafd had met de
veel dierbaarder gaven van een open en edelmoedig
hart; die, even als de weduwe in het Evangelie, een
penning aan de armen gaf, schoon het al ware, wat
zij had; en heb ik zulk eene edelmoedigheid niet ver-
geten, in plaats van ze zevenvoudig te vergelden? Ben
ik ooit in de omstandigheid geweest, dat ik blootstond
aan al de ijselijkheden van een storm, dal al de ele-
menten tot mijn ondergang schenen samen te spannen;
en was er toen iemand van een geringeren stand, die
mij met open armen in zijn huis ontving, terwijl zijne
huisvrouw het vuur gereedmaakte, om hel leven in mijne
bevende en verkleumde leden weder op te wekken, en met
de uiterste zorg aan het werk ging, om mij overvloedig
en goed voedsel te verschaffen, ten einde mijne uitgeputte
krachten te doen herleven en mijn hart te sterken, dat