Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZONDERLING VOORVAL VAN FREDERIK WILLEM.
dezen last moest houden, zonder zich door iets daar-
van ■ te laten aftrekken. Volgens dit bevel werden de
twee veroordeelde misdadigers naar de gerechtsplaats
gebracht, in een kring gesloten en naar de galg ge-
leid; doch wat gebeurt er? Op hetzelfde oogenblik
komt de landgravin van Hessen-Kassei, prinses Hedwig
Sophia, moeder van den toen regeerenden landgraaf
langs den gewonen weg, niet ver van de gerechtsplaats
voorbijrijden, om haren broeder, den keurvorst, een on-
verwacht bezoek te geven, zonder hem zulks alvorens
te hebben laten melden. De prinses, die al den toe-
stel tot de rechtspleging zag, ontbood den officier bij
zich en vroeg hem, wie de misdadigers waren en wat
zij gedaan hadden. Hieromtrent ingelicht, verzocht
zij hem, de voltrekking van het vonnis nog een half
uur uit te stellen, vermits zg by haren broeder voor de
ongelukkigen genade hoopte te verwerven. De officier
verontschuldigde zich met den stelligen last, dien hij
had; doch de landgravin hield nogmaals aan en be-
loofde alle verantwoording op zich te zullen nemen,
zoodat de officier eindelek in haar verzoek toestemde-
De prinses reed na het bekomen uitstel rnet den groot-
sten spoed naar het slot en zoodra de keurvorst be-
richt van de komst zijner zuster erlangde, kwam hij
haar te gemoet en ontving haar met alle minzaamheid,
waarop hare eerste vraag was of zij hem wel om eene
gunst mocht verzoeken. De keurvorst beantwoordde
deze vraag met te zeggen, dat zij kon begeeren al wat
haar geliefde, voor zoo ver het van hem afhing. Zij
verzocht hem dan, aan de twee misdadigers die zij naar
de galg had zien geleiden, het leven te schenken.