Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VÏIEEMDE VONNISSEN VAN DEN IIEUTOG VAN OSSUNA.
I
gevaarcligd zijn; liij kon er niet van slajïen, en in diepe
zwaarmoedigheid vervallende, vreesde liij ziek te zul-
len worden. Om een einde aan zijne kwelling te ma-
ken, besloot hij de tien duizend kronen aan den oïi-
derkoning te zenden, en zoodra hij dit gedaan bad,
stapte hij in eene koels en reed naar de eerste grens-
plaats binnen den voormaligen Keikelijken Slaat, waar
hij niet langer dan dien avond bleef, om binnen vier
dagen naar Nnpels terug te keeren.
De onderkoning, van zijne terugkomst verwittigd,
zond van de tien duizend kronen v'yf duizend naar het
gasthuis en de andeie vijf duizend aan Mnrelli terug,
met bijvoeging: dal zulks genoeg was om anderen te
leeren, hoe men de grillen van gekken kon straffen, en
tot de heeren van zijn Ilof zeide hij: »het is mij aange-
naam dat ik gelegenheid heb gevonden om te toonen de
waarheid van 't gezegde: »wij haken naar het verbodene."
Niet minder zondeïiing was het getlrag van den
hertog, toon Jiij eens in persoon de galeien Jjezocht.
Men moet namelijk w(!len, dat de galeien, in de landen
waar ze nu nog aanwezig zijn lot luchlliuis verstrek-
ken; en dat de misdadigers, die niet ter dood zijn ver-
oordeeld, aan boord van die schepen met ketens aan
de roeibanken worden g^^klonken, en zwaai' moeten
Mbeiden, om deze groole vaartuigen voort te roeieji.
Dejierlog op de galei de St. Gatharina gekomen zijnde
kreeg lust om de zes galeiroeiers, die op de eerste
bunk zaten, te ondervragen naar de misdatlen, die zij
liadden bedreven. De orrsfe zeide, dat God, die een
kenner der harten is, ook zijn gemoed en zijne on-
schuld kende, en dat hy derhalve met lijdzaamheid z'yn'e