Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vr.EEMDE VONNISSEN VAN DEN HERTOG VAN OSSÜNA.
te gaan. Middelerwijl deed hij een schoolnseester met
een plak komen, liet hen door twee soldaten vasthou-
den en beval dén schoolmeester hun elk vijftig plakken
te geven, hetgeen deze meesterlijk volvoerde, terwijl
de onderkoning hem gedurig aanzette, zeggende : »raak
maar flink!" Nadat zij de plakken hadden ontvangen,
liet de onderkoning hunne zakken met gebak en sui-
kergoed vullen, en zond hen heen, zeggende: »lieve
kinderen, zijt een volgenden keer toch wijzer."
Zonderling was ook het vonnis dat deze onderko-
ning velde ovei- zekeren Jakoh Morelli, een rijk koop-
man te Napels, die zich beroemde zeer veel geld ge-
wonnen Ie hebben, zonder dat hij ooit een voet bui-
ten de poorten der stad had gezet. Gedurende acht en
dertig jaren, w,is hij niet buiten de muren van Napels
geweest. De hertog van deze zeldzaamheid in ken-
nis gesteld, zond hem drie dagen na zijne plechtige in
trede, een stadsbode om hem, uit naam des Konings,
aan te zeggen, dal hy op verbeurte van tien duizend
kronen, niet buiten het Rijk zou mogen gaan. Ieder
die dit bevel hooi'de, lachte er om, en verloor schier
al de achting en den grooten dunk, dien men van het
verstand en de bekwaamheden van den hertog had
■ opgevat. Men vond het ongerijmd, een man in zijn
ouderdom Ie verbieden huiten het Ryk te gaan, die
zoovele jaren van zyne jeugd had doorgebracht zonder
zelf buiten de stad te komen. Morelli zelf lachte in
den beginne om dit verbod en spolte daarmede, wan-
neer hij zich onder zijne vrienden bevond ; maar kort
daarna begon hem door het hoofd te malen, waarom
dit besluit en verbod van den onderkoning mocht uit-