Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
nUZONDEIUIEDEN UIT UET LEVEN VAN D3 UUITER.
van volk, en daaronder vele vreemde bootsgezellen,
verzeld van eenige honderden van wijven, wier manneïi
op de vlooi dienden, zich voor het huis van den Ad-
miraal verzamelden, onder bedreiging het te zullen
plunderen. Op de vraag aan het gepeupel, wat hiervan
de reden was, hoorde men sommigen met een ijselyk
getier zeggen, dat de Admiraal, die schelm, 's Lands
vloot aan de Franschen verkocht had en trachtte over
te leveren, waarbij eenige wijven nog voegden, dat h'y
de vloot had verraden en voor ieder hunner armo
mannen een dukaton zou hebben. Maar mevrouw De
Ruiter die denzelfden morgen een brief van den Admi-
raal had ontvangen, daags te voren geschreven, waar-
in hy haar meldde, dat bij hoopte met 's Lands vloot
den vijand eerlang te gaan opzoeken, liet dien aan
het volk verloonen, waarop eenigen, die 's mans hand
kenden, uitriepen: Het zijn schelmen, die den Admi-
raal dit nageven! Hierdoor was een weinig tijds ge-
wonnen, er kwamen vervolgens eenige ruiters opdagen
en toen de burgers mede de wapenen haddeii aange-
gord, werd de plundering belet en het grauw uiteenge-
dreven. De Admiraal, die eenige dagen daarna uit een
brief van zijne huisvrouw vernam, wat er was voor-
gevallen, stond bij deze tyding zeer verwonderd en
verbaasd. »Mij wordt," zeide hij tot zijne officieren,
»nagegeven, dat ik 's Lands vloot aan de Franschert
zoude hebben verkocht. Ik weet niet, hoe valsche men-
schen zulk eene logen kunnen verzinnen, daar in de
vloot nog alles in goede orde en bijeen is. Het is my
leed, dat er menschen in ons lieve Vaderland zijn, die
zulk een kwaad vertrouwen in my stellen, daar ik