Boekgegevens
Titel: Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Auteur: Arrenberg, R.
Uitgave: Leiden: Noothoven van Goor, 1876 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 926
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200078
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Bekende mensen, Geschiedenis (vorm), Kinderverhalen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte verhalen en merkwaardige bijzonderheden uit het leven van groote mannen
Vorige scan Volgende scanScanned page
BUZONnEUIIEDEN UIT IIET LEVEN VAN Ï)E UUITER.
men hem bidden en zich zei ven bemoedigen met gods-
dienstige troostwoorden. Toen hy gevoelde, dat zijn
einde naderde, werd zijn verlangen naar zijne ontbin-
ding des te grootor en kort voor zijn dood, toen hij
bemerkte, dat de .«praak hem begon Ie hegeven, be-
geerde hy, dat de leeraar Weslerhoven God om eene
zalige verlossing voor hem zou bidden. Alzoo toonde
de ware held, die altijd de gewoonte had gehad, als
hij in den strijd ging, zich op den dood te bereiden,
dat hij in dezen laatsten strijd den dood rustig durfde
onder de oogen zien.
Wat de uiterlijke gestalte van dezen grooten man
betreft, was hij van middelbare lengte, wel gezet, vlug,
gezwind, sterk en als lot den arbeid geboren. Zijn
voorhoofd was breed, zijn gelaat blozend en hoog van
kleur. In zijne oogen blonk de schranderheid van zyn
geest; zij waren bruin, even als zijn hoofdhaar en
baard, voordat het door ouderdom grijs werd. Hij
droeg, op zijn oud zeemans, dikke opstaande knevels;
zijn wezen en gelaat was deftig, doch had iets strengs
in zich, hetgeen zoowel liefde als ontzag baarde. H'y
was gezond van gestel, doch in zijne jeugd eens bij
ongeluk door het eten van een vergiftigden visch ver-
geven, behield hij daaruit eene beving in de leden, tot
aan het einde van zijn leven. In het doorstaan van de
ficheepsongemakken was hij deels door zijn lichaamsge-
gestel, deels door gewoonte uitermate gehard. In spys
en drank was hij matig, een vijand van dronkenschap
en dronkaards, geen liefhebber van lekkere spijzen,
rnaar veeleer van harden scheepskost, zoodat toen de
Grooten van Spanje hem eens kostbaar onthaalden,