Boekgegevens
Titel: Uitheemsche woorden: lees- en taaloefeningen voor de hoogste klasse der lagere scholen en de herhalingsscholen
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Almelo: W. Hilarius Wzn, 1905 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 948
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200076
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalbeheersing
Trefwoord: Vreemde woorden, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uitheemsche woorden: lees- en taaloefeningen voor de hoogste klasse der lagere scholen en de herhalingsscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
iiiviteeren
zich amuseeren
permitteeren
recommandeeren
redeneeren
dejeuneeren
dineeren
soupeeren
logeeren
rausiceeren
applaudiseeren
uitnoodigen.
zich vermaken.
vergunnen, vex'oorloven.
aanbevelen.
ordehjk spreken.
ontbijten.
eten ('s middags).
eten ('s avonds).
als gast verblijf houden.
muziek maken.
toejuichen.
Uitheemsche woorden.
II.
Eene werkplaats of gewoon weg een winkel wordt
een atelier genoemd. Een barbier — ook al een
Fransche naam voor baardscheerder (barbe beduidt
baard) — noemt zijn winkel zelfs een salon, terwijl
dit woord toch eigenlijk eene gezelschapszaal be-
teekent. Een bakkerswinkel wordt boulangerie
geheeten — bakker heet in 't Fransch boulanger —
en een verkoophuis noemt men een venduhuis.
Op uithangborden pronkt men nog het meest met
uitheemsche woorden. Een koffiehuis heet café, een
bierhuis een bierhalle, een wijnhuis een „Bodega."
En dan al die bijnamen: ook al uitheemsche.
Niet: Koffiehuis „de Eendracht", maar: Café
„rUnion"; in plaats van Hotel „Schoon uitzicht".
Hotel „Bellevue". En verder de bijnamen: Har-