Boekgegevens
Titel: Uitheemsche woorden: lees- en taaloefeningen voor de hoogste klasse der lagere scholen en de herhalingsscholen
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Almelo: W. Hilarius Wzn, 1905 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 948
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200076
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalbeheersing
Trefwoord: Vreemde woorden, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uitheemsche woorden: lees- en taaloefeningen voor de hoogste klasse der lagere scholen en de herhalingsscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Uitheemsche woorden.
1.
't Is vreemd, dat vele inenschen in ons land, die
toch hunne eigen taal in eere moesten houden, zoo
gaarne uitheemsche woorden gebruiken. Fransche
woorden zijn vooral in trek.
Een kapper of haarsnijder noemt zich gaarne een
coiffeur; een kleermaker pronkt met den naam
tailleur of op z'n Engelsch tailor (teel'ur); iemand,
die alleen de maat neemt en de stoffen knipt, noemt
zich coupeur, dat mijder beteekent, of als 't eene
vrouw is, coupeuse. Een kleermaker, die tevens
koopman — marchand — is, schrijft op zijn naam-
bordje: marchand-tailleur. Eene hoedenmaakster
noemt zich gaarne eene modiste.
Voor een koekjesbakker schijnt de naam banket-
bakker nog niet mooi genoeg: hij noemt zich con-
fiseur. Een handelaar in wild noemt zich poelier,
naar 't Fransche woord poule, dat kip beteekent.
Een groothandelaar wil liever grossier heeten; wie
een kleinen handel — negotie — drijft, noemt zich
gaarne negotiant, en wie zoowel in 't groot als in
't klein handelt, durft zelfs de heele Fransche uit-
drukking: en gros et en detail (in 't groot en in
't klein) op zijn naambordje schrijven.