Boekgegevens
Titel: Uitheemsche woorden: lees- en taaloefeningen voor de hoogste klasse der lagere scholen en de herhalingsscholen
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Almelo: W. Hilarius Wzn, 1905 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 948
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200076
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalbeheersing
Trefwoord: Vreemde woorden, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uitheemsche woorden: lees- en taaloefeningen voor de hoogste klasse der lagere scholen en de herhalingsscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
Oef. 28. Afschrijven en van huiten leeren.
dokter — geneesheer, arts. Mv. dokters,
doctor — geleerde. Mv. doctoren.
muzikant — ieder, die muziek maakt.
musicus — iemand, die bekwaam is in de muziek.
kommies — ambtenaar bij de belastingen,
commies — ambtenaar bij de posterijen, het mi-
nisterie.
kritiek — gevaarlijk, hachelijk,
critiek — beoordeeling.
lokaal — vertrek, kamer,
locaal — plaatselijk.
praktijk — werkkring, clientèle van een dokter,
advocaat, enz.
practijk - toepassing, oefening; tegengestelde van
theorie.
Oef. 29. Als de vorige oefening.
arresteeren — gevangen nemen.
visiteeren — onderzoeken.
kalmeeren — tot rust brengen of komen.
alarmeeren — wekken, waarschuwen.
trotseeren — het hoofd bieden.
blesseeren - kwetsen, wonden.
kommandeeren — bevelen.
marcheeren — loopen.
exerceeren — oefenen (in den wapenhandel).
transporteeren _ overbrengen.