Boekgegevens
Titel: Uitheemsche woorden: lees- en taaloefeningen voor de hoogste klasse der lagere scholen en de herhalingsscholen
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Almelo: W. Hilarius Wzn, 1905 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 948
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200076
Onderwerp: Algemene taal- en literatuurwetenschap: taalbeheersing
Trefwoord: Vreemde woorden, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uitheemsche woorden: lees- en taaloefeningen voor de hoogste klasse der lagere scholen en de herhalingsscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
inspecteeren — na-, toezien,
presideeren — leiden (eene vergadering),
debatteeren — beraadslagen over.
procedeeren — pleiten,
protesteeren — in verzet komen.
Oef. 23. Afschrijven en van huiten leeren.
feliciteeren — geluk wenschen.
visiteeren — onderzoeken.
profeteeren — voorspellen.
profiteeren — voordeel (profijt) trekken.
converseeren — omgaan, verkeeren met.
conserveeren — bewaren, behouden.
illustreeren — ophelderen, van plaatjes voorzien,
illumineeren — verlichten bij feestel. gelegenheden.
reciteeren — opzeggen, voordragen,
resideeren — wonen (van aanzienlijke personen).
Oef. 24. Afschrijven en een der heide woorden op
de plaats der streepjes invullen.
Feliciteeren, visiteeren. Men — de zakken van
sluikers en dieven. Men — iemand, die jarig is.
Profeteeren, profiteeren. Vele menschen mogen
gaarne —, welk weer het worden zal. Als de ge-
legenheid gunstig is, moet men er van —.
Converseeren, conserveeren. Men — groenten
en vruchten in goed gesloten bussen. Men — met
zijne vrienden en bekenden.