Boekgegevens
Titel: Rekenboek voor meisjes, ten dienste der scholen
Deel: 1e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1829
7e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 889
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200075
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Rekenboek voor meisjes, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
3(5 Dc:]uig.
te zamen 3400 ellen uitmakende; zoo nu
ieder ftuk, door elkander gerekend, 35 el-
len lang is: hoe veel ftukken heeft zij dan ?
31. Na het overladen van jufvrouw Zorghart,
bevond men, dat zij bij testament aan eene
oude bediende 'sjaarlqks 364 gulden toe-
gelegd had: hoe veel zou die meid 's we-
kelyks wel kunnen verteren om met dit
geld toe te komen?
32. Een meisje, dat zeer zuinig was, had ie-
dere week iets van haar fpeelgeld wegge-
legd, en dit een geheel jaar volgehouden.
Na verloop van dit jaar, had zij 624 cents
bq een gegaard: hoe veel cents heeft zij
nu, de eene week door de andere gere-
kend, moeten wegleggen om bovengemel-
de fom bij een te krijgen?
33. Eene vrouw, die eene zeer goede huishoud-
fter was, had eens, van week tot week, ha-
re huishoudelijke uitgaven opgeteekend. Na
verloop van een jaar, bevond zij, dat hare
uitgaven 416 gulden beliepen. — Zoo gij
ook eens zoo veel geld 'sjaarlijks verteren
kondet: hoe veel zoudt gij dan iedere week
kunnen uitgeven om dit geld in den tijd
van een jaar te hefteden?
34. In hoe veel hoopen, zoude men 600 gulden
kunnen leggen, om er in iederen hoop 50
te hebben? 35«