Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
Otto kreeg medelijden met het gevangen vogeltje. »Ik
wilde je wel graag houden, klein ding," zei hij, »maar
wil je liever bij je moedertje zijn in de vrije lucht, vlieg
er dan maar heen." Hij opende het kooitje en — daar
vloog het vinkje heen. Het zong nu niet klagend, maar
lustig en blij.
Otto en zijn vader zagen het vinkje met blijdschap na.
Die kleine redder van vogeltjes zal, als hij groot is,
misschien nog een redder van menschen worden.
40. De noot.
^wee kleine jongens. Karei en Johan geheeten , speelden
' achter het huis onder een noteboom.
»Zie, daar valt eene noot," zei Karei. »Eene groote,"
riep Johan, en hij raapte haar vlug op.
»'tis mijne noot," zei Karei, »ik zag haar het eerst
vallen." — »Neen, zij behoort mij,'' zei Johan, »ik heb
haar opgeraapt."
»'tIs mijne noot!" — Neen, de mijne!" — zoo klonk
het al harder. En van woorden kwam het tot daden.
Het duurde niet lang, of ze werden handgemeen en bui-
telden over den grond.
Een groote jongen kwam op den twist toeloopen. Hij