Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
met zoo'n twistzieken jongen niet te doen hebben. » Miauw,
miauw," zei ze en liep weg. Toen liep Hein haar na en
wilde haar vangen. Xu klom de kat tegen een boom op,
maar Hein pakte haar nog bij den staart en kneep haar
heel stijf. Dat stond de kat natuurlijk niet best aan, het
keerde zich om en krabde hem met hare scherpe nagels.
Toen zei hij: »Leelijke kat, met u wil ik niet spelen."
Toen begon Hein na te denken, en zag hij wel in, dat
het toch maar veel beter was om met kinderen te spelen.
Maar — dit begreep hij nu wel — dan moest hij niet
zoo gauw boos zijn, niet kribben en twisten, want dan
wilden de kinderen niets met hem te doen hebben. En
toen beterde hij zich.
13. De kleine visscher.
Ifan was een jongetje van vijf jaar, en het huis,
waarin Jan woonde, stond aan eene vaart. Aan
die vaart zaten vaak jongens, en ook wel eens mannen
te visschen. Jan stond er dan vaak naar te kijken,
maar — zelf visschen, dat mocht hij nog niet. Dat
hadden zijn vader en zijne moeder hem verboden, omdat
hij nog te klein en te onvoorzichtig was.
Maar zelf eens te gaan visschen, dat leek Jan toch