Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
129
30. Het jongetje en de bloemen.
^aar was eens een klein, wild jongetje. Als het buiten
liep, in den tuin of in de weide, dan rukte het de
mooie bloemen uit den grond, wierp ze weer weg en
vertrapte ze. De andere bloemen hadden medelijden met
hare zusters, die daar vernield en vertrapt op den grond
lagen en spoedig stierven. Ze schudden het hoofd, en ze
beefden reeds, als het wilde jongetje er aan kwam.
Nu bloeide er in den tuin van de ouders van het jon-
getje ook eene schoone, roode roos. Zij blonk boven
alle bloemen in schoonheid uit, en verspreidde haar
wonderzoeten geur ver in het rond. Daarom noemde
men haar de koningin der bloemen. En evenals de sol-
daten de wacht houden bij het huis van de koningin der
menschen, wordt de roos, de koningin der bloemen, be-
schermd door eene menigte, scherpe doornen.
Toen nu de wilde jongen eens weder in den tuin kwam,
en op de koningin der bloemen toeliep, om haar van den
stengel te rukken, zei ze: »Doornen, past op, daar komt
de wildebras op mij toe, prikt hem maar eens ferm."
En dat deden de doornen ook. »Prik prik!" ging het,
en ze staken den wilden jongen zoo in de hand, dat het
bloed er uit liep.
Schreiend liep de jongen nu naar zijne moeder en ver-
telde haar, dat de roos hem zoo erg in de hand had
geprikt. Maar zijne moeder had geen medelijden met hem.
L. van Ankum, Zaadkorrels. 9