Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
gedaan heeft. En dat moet ik nu ook doen. Ik mag er
niet om hegen. Ik heb de ruit gebroken , en moet haar
ook betalen."
En Otto wachtte niet af, tot er gevraagd werd, wie
de ruit had gebroken. Hij ging naar den onderwijzer,
en vertelde hem, dat hij bij ongeluk de ruit had ver-
brijzeld. De onderwijzer raadde hem aan om wat voor-
zichtiger te zijn, maar prees hem zeer, dat hij ongevraagd
met de waarheid voor den dag kwam.
Otto's spaarpot werd twintig centen lichter, maar hij
kon gerust het hoofd opheffen: hij had gehandeld, zooals
het een eerlijken jongen betaamt.
28. Een broos vaartuig.

^et was in den winter. En 't was werkelijk winter.
Het had al eenige dagen gevroren, en gesneeuwd
had het ook. Het land was met eene dikke laag sneeuw,
en het water met eene dikke ijskorst bedekt. Dat was
eene pret voor de kleine en groote menschen : nu konden
ze schaatsenrijden, en wie nog geene schaatsen had, kon
zich in de sneeuw vermaken.
Maar die pret duurde niet lang. Het werd dooi weer:
de sneeuw smolt weg; het ijs werd dunner; het scheurde
aan stukken en dreef in groote schotsen op het water.