Boekgegevens
Titel: Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Auteur: Ankum, L. van
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 08-237
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200070
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Zaadkorrels: vertellingen ten dienste van de zedelijke opvoeding der leerlingen van 6 tot 8 jaar
Vorige scan Volgende scanScanned page
Toen liep ze op een draf naar huis.
Buiten adem kwam ze te huis en ging dadelijk hare
moeder opzoeken.
»Moeder", zei ze, »dat meisje, dat we altijd in de
schaduw van den kastanje op de bank zien zitten, dat
nooit met de andere kinderen speelt, nu, dat meisje heb
ik gesproken. Dat meisje kan niets zien. Zij is blind.
Daarom zit ze daar altijd zoo alleen. Och, dat is zoo
treurig. Zou Papa haar niet kunnen genezen, en maken,
dat ze weer kan zien?"
»Ja, dat weet ik niet, mijn liefje", zei de moeder. »Als
ze geheel en al blind is, dan zal het wel niet gaan, maar
als ze 't in eene ziekte gekregen heeft, dan kan ze mis-
schien wel weer beter worden."
»Ja Mama, ze heeft het in eene ziekte gekregen, voor
twee maanden", zei Bertha.
»Nu", zei hare moeder, »vraag het Pa dan eens, als
hij thuis komt."
En Bertha vroeg het aan haar pa en deze zei, dat hij
het gaarne wilde probeeren, of hij het meisje weer kon
genezen.
Niemand blijder dan Bertha. Den volgenden dag,
zoodra ze Josina op de bank zag zitten, ging ze naar
haar toe.
»Kom", zei Bertha tot Josina, »kom gauw eens met
mij; mijn vader is dokter en die wil probeeren, of hij
uwe oogen weer kan genezen. Wat zou het heerlijk zijn,
als het gelukte, niet waar?"