Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
un homme mâchant, een
kwaadsprekend mensch.
' des vers méchants, boos-
aardige, stekelige verzen.
du bois mort, goed ge-
droogd hout.
eau morte, stilstaand wa-
ter.
le vin nouveau, pas ge-
maakte wijn.
un habit nouveau, een
nieuwerwetsche rok.
un homme pauvre, een be-
hoeftig man.
un homme plaisant, een
grappig man.
un conte plaisant, een
grappig verhaal.
une maison propre, een
zindelijk huis.
les termes propres, de ge-
schikte bewoordingen.
un homme simple, een een-
voudig man.
un homme seul, een man
alleen, die zonder gezel-
schap is.
Vhomme mortel, de sterfe-
lijke mensch.
un méchant homme, een
slecht mensch.
de méchants vers, ellen-
dige rijmelarij.
du mort bois, slecht hout,
dat nergens toe dient.
morte eau, dood getij.
zeer laag water.
Ie nouveau vin, andere
wijn dan een vorige.
un nouvel habit, een an-
dere rok.
un pauvre homme, een be-
klagenswaardig man.
un plaisant homme, een
grillig, zonderling man.
un plaisant conte, een on-
waarschijnlijk verhaal.
ma propre maison, mijn
eigen huis.
ses propres termes, zijne
eigene woorden.
un simple homme, een man
alleen.
un seul homme, een enkel,
mensch, onderscheiden
van anderen, die bij
hem zijn of kunnen zijn.,
son mortel ennemi, zijn
doodsvijand.