Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
150.
en sursant, !oc. adv., ploUe-
ling,
survivre à, v. n., overleven.
susceptible de, adj., vatbaar
voor.
syllabe, s. t., lettergreep.
synonyme, adj., van bljna
gelijke beteekenis.
syuonymie, s. f., bijna ge-
lij'ke beteekenis.
T.
Tact, s. m., gevoel.
tailler, v. a., vermaken.
tandis que, conj., terwijl.
tant, adv., zooveel.
tant que, conj., zoo lang
ah.
tantôt, adv., straks.
tantôt. . . tantôt, nu eens. . .
dan weder.
tard, adv., laat.
tarder, v, n., dralen.
tarte, s, I'., taart.
tel, adj. ind., zoodanig.
tel, pron. ind., menigeen.
témoigner, v. a., betoonen,
betuigen.
tempérance, s. f., matigheid.
tenir, v. a., houden.
tenir de, v. n., in aard gelijk
Zijn met.
se tenir à, v. p., zich houden
aan.
terme, s. m., eindpaal, term,
woord. ^
j terminaison, 1., einde, uit-
! 9<^ng.
! se terminer en, v. p., eindi-
gen op.
terrible, adj., verschrikke-
lijk.
tête, s. t., hoofd.
tête-à-tête, s. m., gesprekken
onder vier oogen.
théatral, adj.. tot het tooneel
behoorende.
tiers, adj., derde.
timide, adj., beschroomd.
tiret, s. m., verbinding&streep,
titre, s. m. titel.
tomber de haut, xmn boven
neervallen.
tonner, v. n., donderen.
tort, s. m., ongelijk.
toucher, v. a., treffen, ra-
ken aan.
tour, s. m., wandeling, beurt,
wending.
tourmenter, v. a., kwellen.
tous les deux, heiden.
toussaint, s. 1"., * allerheiligen.
tout à coup, adv., plotseling.
tout de suite, loc. adv., da-
delijk.
tout Ie monde, pron. ind.,
iedereen.
tout d'un coup, adv., in cens.
totalité, s. f., het geheel.
traduire, v. a., vertalen.
tragédie, s. 1'., treurspel.
trahir, v. a., verraden.
trahison , s. f., verraad.