Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
149.
songer à, v, n., er aan den-
ken.
sort. s. m., ht.
sortir, v. n., uitgaan, mort'
komen.
sortable, 'dA\., geschikt.
sot, adj., dwaas, zot.
sou, s. m., stuiver.
soudainement, adv., plotse-
ling.
soufl'rir, v. a., lijden.
souhaiter, v. a., wenschen.
soulager, v. a., ondersteunen.
soulever, v. a., opheffen.
soumission, s, f., onderwor-
penheid.
soupçonner, v, a., verdenken.
soupir, s. m., zucht.
source, s. f., hron.
sous-entendu, er onder ver-
staan.
soutenir, v. a., volhouden.
staande houden.
soutenu, adj., deftig.
souverain, s. m., vorst.
souvenir, s. m,, herinnering.
se souvenir, v. p., zich her-
inneren.
stable, adj., vast., onwrik-
baar.
stère, s. m., kubieke el,
style, s. m., stijl.
subir, V. a., ondergaan.
siibit, adj., plotseling.
subjectif, adj., onderwerpelijk.
subordonné, adj., onderge-
schikt , afhankelijk.
substantivement, adv., ah
zelf st. naamw.
subsister, v. n., bestaan.
substituer, v. a,, doen ver-
vangen.
se succéder, v, p., elkander
opvolgen.
succession, s. f., opvolging.
sueur, s. f., zweet.
suffisamment, adv., genoeg-
zaam.
suite, s. f., gevolg.
à la suite de, loc. prép., ach-
ter.
se suivre, v. p., elkander op-
volgen.
sujet, s. m., onderv)erp.
superbe, adj., trotsch, prach-
tig.
superflu, adj., overbodig.
supérieur, adj., meerdere.
supériorité, s. f., meerderheid.
supériorité dft position, hoogère
stand of ligging.
superlatif, s. m., overtreff^ende
trap.
suppléer, v. a., aanvullen,
supplier, v. a., smeeken.
j supposer, v. a., vooronderstel-
len.
supprimer, v. a., weglaten.
sûr, adj., zeker.
sur-le-champ, adv., dadelijk.
surprendre, v. a., verrassen.
surpris, part, pass., ver-
baasd.
surprise, s. f., verbazing.