Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
147.
l'égal, s. m., onthaal.
regarder , v. a., beschouwen ,
aanzien.
règle, s. f., regel.
réglé, part. pass., geregeld.
régner, v. n., regeeren.
regretter, v, a., betreuren.
régulièrement, adv., geregeld,
regelmatig.
rejeter, v. a., verwerpen.
se réjouir, v. p., zich verheu-
gen.
relatif, adj.. betrekkelijk.
reluire, v. n., schitteren,
glinsteren.
remarquable, adj., opmerke-
lijk.
remarquer, v. a., opmerken.
remercier, v. a., bedanken.
remplir, v. a., vervullen.
remettre, v. a., ter hand stel-
len.
ramords, s, m., wroeging.
remplacer, v. a., vervangen.
rencontrer, v. a., ontmoeten.
rendre, v. a., wedergeven.
se rendre, v. p., vertaald
worden.
se rendre, v. p., zich heen
begeven.
se rendre, v. p., zich over-
geven.
rendre compte, rekenschap
geven.
rendre heureux, gelukkig
maken.
rendre des services, diensten
bewijzen.
renfermer, v. a., bevallen.
renoncer, v. n., afstand doen
van, verloochenen.
renverser, v. a. , omverioer-
pen.
repas, s. m., maaltijd.
se repentir, v. p., berouw
hebben.
répéter, v. a., herhalen.
répétition, s. f., herhaling.
répondre, v, a., antwoorden.
répondre de, v. n., horg
staan voor.
réponse, s. f., antwoord.
reprendre, v. a., berispen.
représenter, v. a., voorstellen.
réprimande, s. f., berisping.
à reprises, loc. adv., bij her-
haling.
reproche, s, m., vericijt.
reprocher, v. a., vertvijten.
répugnance, s. f., tegenzin.
résoudre, v. a., oplossen.
se résoudre, v. p., veranderd
worden in.
respect, s. m., eerbied.
responsable, adj., verantwoor-
delijk.
ressembler à, v. n , gelij-
ken op.
reste, s. m., het overige.
rester, v., blijven.
restreindre, v. a., beperken.
se rétablir, v. p., herstellen.
retrancher , v. a., weglaten.