Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
uo
propriété, s. f., eigendom, ;
eigenschap,
proverbial, adj., spreekwoor- |
delijk.
prüfvisioii, s. f., voorraad.
proximité, s. f., nabijheid. I
prudent, adj., voorzichtig.
public, adj., openbaar.
public, s. m., het publiek.
puiser, V. s. , putten.
puisque, conj., deic'tjl.
puisssant, adj., machtig.
a.
Quadruple, s. m., viervoud.
qualificatif, adj., hoedanigheid
aanduidend.
qualification, s. f., hoedanig-
heid aa7i du id ing.
qualifier, v. a., de hoedanigheid
uitdrukken van.
qualité, s. f., hoedanigheid.
quand, adv., wanneer, als.
quaud même, dan zelfs.
quantité, s. f,, hoeveelheid.
quart, s. m,, vierde deel.
quasimodo, s. f., zondag na
quelque, adj. ind., eenig, een
of ander.
quelquefois, adv., somtijds.
quelconque, adj. ind., eenig^ \
een of ander. j
question, s. f., vraag., j
il est question de, er wordt |
gesproken van.
en question, bedoeld.
quiconque, prou, ind., al wie.
à qui mieux mieux, om het
best.
quintuple, s. m., vijfvoud.
quitte, adj., vrij, er af.
en être quitte , er afkomen.
quitter, v. a., verlaten.
quoique, conj., ofschoon.
R.
Kaison, s. 1,, rede, reden.
rapide, adj., snel.
se rappeler, v. p., zieh herin-
neren.
rapport, s. m., betrekking.
par rapport à \ ten op
sous le rapport de ( ziehte van.
se rapporter à, v. p., betrek-
king hebben op.
être rapproché, nabij zijn.
rapprochement, s. m., toena-
dering.
rarement, adv., zelden.
réalité, s. f., wezenlijkheid.
réciproquement. adv., weder-
keer ig .
recommander, v. a., aanbe-
velen.
récompense, s. f., belooning.
recourir à, v. n., zijne toe-
vlucht nemen.
reconnaître, v. a., herkennen,
erkennen.
redoubler, v. a., verdubbelen.
réduire à, v. a., er toe bren-
gen.
réfléchir, v. u., nadenken.
refuser, v. a,, weigeren.