Boekgegevens
Titel: Abrégé de la grammaire française
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1866
2e éd; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1036
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200062
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Abrégé de la grammaire française
Vorige scan Volgende scanScanned page
144.
Passe-parlout., s. n., loo-per
{üeuieï).
pas un, adj. ind., geen een.
patrie, s. f,, vaderland.
pauvreté, s. f., armoede.
pays, s. m., land.
les Pays-Bas, de Neder-
landen. !
peau, s. f., huid. \
peindre, v. a., schilderen, uii- ''
schilderen. \
peine, s. f. , moeite.
à peine, adv., nauwelijks.
pendant que, conj., terwijl.
pénétrer, v. n., doordringen.
pensée, s. f., gedachte.
pensum , s. m., opgegeven
sir af taak.
perdre, v. a., verliezen.
se perdre, v. p. , zich on-
gelukkig maken.
périr, v. n., omkomen.
permanent, adj., bestendig,
voortdurend.
permettre, v. a., toestaan,
veroorloven.
permission , s. f., verlof.
persister à, v. n., volhouden.
personne, pron. ind., nie-
mand.
personnellement, adv., per-
soonlijk.
personnifié, part, pass., als
persoon beschouwd.
persuader, v. a., overtuigen..
peut-être, adv., misschien.
peur , s. f., vrees.
avoir peur, bang zijn.
pharmacien, s. m., apothe-
ker.
phrase, s. f., volzin.
pièce, s. f., stuk.
pied, s. m., voet.
pioche, s. f., houweel.
pire, adj., erger.
pis , adv,, erger.
pitié, s. f., medelijden.
pittoresque, adj., schilder-
achtig.
place, s. f., plaats, vesting.
plaire, v. n., behagen.
se plaire à, v. p, er he--
hagen in vinden.
plein, adj., vol.
pleurer, v. n., schreien.
pluie, s. f., regen.
la plupart, s. f., de meea-
ten.
pour la plupart, loc. adv.,
meestal.
pluralité, s. f. , meerderheid;
meervoudvorming.
plus tôt. adv., eerder.
plusieurs, adj. ind., ver-
scheidene.
poésie, s. f., dichtkunst.
poète, s. m.. dichter.
poétique, adj., dichterlijk.
point, s. m., punt.,
point du tout, adv., in
geheel niet.
pointu, adj. , puntig.
pommier, adj., appelboom.
possessif, adj., bezittelijk.